De geschiedenis van de vloer

Decoratieve vloerbedekking zoals we haar nu kennen, is relatief nieuw en kent zijn oorsprong in India waar de traditionele zandvloer werd ingestrooid met gekleurd zand, rijstpoeder en bloemen om kleur te geven aan de vloer, die in die tijd vaak hard werd gemaakt werd door er olie op te gooien of vuilnis die in de vloer gelopen werd. Hooi, gras en dierenhuiden moesten voor comfort zorgen.


De eerste echte vloerbedekking betrof een stenen vloer en stamt uit Syrië (6.500 voor Christus), daar waar onze Westerse beschaving begon. Een systeem dat vervolmaakt werd in Egypte dat rond 1.000 voor Christus de stenen mozaïekvloer met patronen introduceerde. De volgende innovatie kwam van de Grieken die marmer gingen gebruiken en de Romeinen introduceerden vervolgens vloerverwarming en een soort van beton gemaakt van zand, melk, as en dierlijk vet. De eerste gietvloer.


Veel van deze kennis ging verloren in de donkere tijd die volgde in Europa, maar op de vlakten van Centraal Azië - zo’n 1000 jaar geleden - werd de kunst van het tapijt maken ontwikkeld. De nomaden hadden behoefte aan bescherming tegen de koude winters.


In de latere Middeleeuwen deed de houten vloer zijn intrede. De snel groeiende Europese steden bouwden de lucht in om de bevolking te huizen en de eerste, tweede of derde verdieping van die gebouwen kregen een vloer van hout. Later verschijnen parketvloeren in de meest fraaie patronen met als mooi voorbeeld de gecompliceerde visgraatvloeren in het paleis van Versailles.


Vanaf dan - de industriële revolutie is inmiddels begonnen - gaat het snel. Vanaf 1844 gebruikt men in Engeland een soort rubberen vloer genaamd kamptulicon en in 1863 wordt linoleum gepatenteerd.


Met de introductie van plastic in de twintigste eeuw tenslotte krijgen alle duurzame vloeren hierboven beschreven ook hun moderne variant. Denk daarbij aan vinyl, laminaat en synthetisch tapijt.


Geplaatst op 11/08/2017 door LoveLife Forbo